Toezeggingen door ambtenaren

Misschien heeft u het ook meegemaakt. Bij het doorspreken van uw bouw- of bedrijfsplannen heeft een ambtenaar van uw gemeente richtinggevende uitspraken gedaan. “Daar gaan we aan meewerken.” of “Dat kunt u zo doen, hoor!” U heeft hier blind op vertrouwd, maar kreeg de deksel op de neus, want het College van B&W besliste anders.

Vroeger kon u hier weinig tegen doen. U had ten onrechte op de ambtenaar vertrouwd.  Het was vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter dat gerechtvaardigde verwachtingen alleen golden als aan u een “uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging” was gedaan en bovendien door een “daartoe bevoegde persoon”. Door deze eisen was een toezegging van een gemeenteambtenaar vrijwel niets waard. Hij was bijna nooit de “daartoe bevoegde persoon”. Dat was immers het College van B&W, die hij alleen maar vertegenwoordigde.

Inmiddels moeten ambtenaren meer op hun tellen passen. Volgens de hoogste bestuursrechter (uitspraak 29 mei 2019) is voortaan van belang of de toezegging of uitlating komt van een persoon van wie u mocht aannemen dat die de huidige opvattingen van het bevoegde overheidsorgaan weergaf. Als dat zo is, is er ruimte voor een afweging belangen: die van u tegen die van derden en het maatschapplijk belang. En dat is niet op voorhand een verloren zaak.

Meer weten? Bel of mail met Mr. H.J. (Arjan) Hulsbergen. 023-8200227; hulsbergen@hpadvocaten.nl

2019-09-19T09:37:31+00:00